Panhard in Nederland

1947 – 1956

Na de oorlog kreeg de Franse automobielindustrie te maken met het wederopbouwplan ‘Pons’. Net als in Nederland werd de distributie en het gebruik van strategische goederen beperkt. Dat betekende onder meer dat alleen de drie grote automerken, Citroën, Peugeot en Renault voldoende staal toegewezen kregen voor een optimale productie. Panhard viste achter het net en zocht zijn heil in het dure aluminium, waarvan door het omsmelten van vliegtuigen, voldoende op de vrije markt was. Alleen een kleine auto, voornamelijk van aluminium, was daardoor een optie. Dat werd de Dyna X84 en in 1948 stond op de Nederlandse Autosalon in de RAI (stand 132) weer een Panhard. In alle autotijdschriften kreeg deze auto zeer goede beoordelingen. Hoog geprezen werden prestaties, het verbruik en de wegligging. Maar de relatief hoge prijs stond goede verkoopcijfers in de weg.

De nieuwe Panhard trok ook snel de aandacht van de sportieve automobilist: in januari 1950 won het duo Ies Langestraat – Han van der Heijden de Rally van Monte Carlo (verschrikkelijk slecht weer!) met hun Dyna 110. Dat was een door de fabriek ter beschikking gesteld exemplaar, waarvan de officiële verkoop pas maanden later begon! De populariteit van de Panhard Dyna schoot omhoog en ook vele andere race- en rallyrijders kozen voor deze auto.

Verkopen:

  • 1948: 1
  • 1949: 280
  • 1950: 175
  • 1951: 80
  • 1952: 45
  • 1953: 10
  • 1954: 15
  • 1955: 20

Kort na de oorlog waren er hoge importheffingen op complete auto’s In Nederland geassembleerde auto’s vielen onder een veel lager tarief en konden dus goedkoper aangeboden worden.  De Panhard importeur Englebert liet daarom Dyna’s assembleren bij carrosseriebedrijf Mulder in Boskoop, waar in die tijd ook Fiat Topolino’s en vrachtwagens geassembleerd werden. Mulder bouwde ook eigen cabines voor vrachtwagens en bijvoorbeeld ook treinwagons.
Tijdens de drukste periode, vanaf mei 1949, werkten 16 man aan de assemblagelijn en werden door hen 3 Dyna Panhards per dag afgebouwd. De Dyna’s kwamen als complete sets uit Frankrijk. Er werden vrijwel geen Nederlandse onderdelen gebruikt. Onze bron Gerrit Kuijf, nu 81, bouwde indertijd de dashboards in en deed de elektrische bedrading, een precisiewerkje op de vierkante centimeter! Hij heeft toen ook de Dyna waarmee de Monte Carlo Rally gewonnen is onder handen gehad. Gerrit Kuijf werkte soms ook mee aan de assemblage van de Panhard vrachtwagens in hetzelfde bedrijf.

Vrachtwagens:
Ook  Panhard 4HL vrachtwagens zijn naar Nederland geëxporteerd en in de periode ’49 – ’51 ook door Mulder Boskoop geassembleerd. De cabines waren een eigen ontwerp. Vele Nederlandse bedrijven gebruikten deze in Nederland gebouwde Panhard vrachtwagens. Bijvoorbeeld Transneerlandia (met rode cabines en witte opbouw) en de toenmalige grootgrutter De Gruyter.

 

 

 

Bussen:
Kort na de oorlog zijn er veel Chausson-Panhard bussen, al dan niet met opbouw naar Nederland geëxporteerd.  Velen kregen hier bij Nederlandse carrosseriebedrijven hun gezicht. Na hun dienst in het stad/streekvervoer werden ze meestal verkocht aan een touringcar bedrijf waar ze met weer een nieuwe carrosserie aan een volgend leven begonnen. Hiernaast een Panhard-Chausson bus van de Haagse Tramweg Maatschappij.

 

Assemblage Dyna X in Nederland:
Haast alle in Nederland verkochte Panhards van 1949 en 1950 zijn in Boskoop geassembleerd (foto hieronder). Alleen de eerste 5 (één in 1948, en vier stuks in 1949) kwamen kant en klaar uit Parijs.

In de periode ’49 – ’50 zijn 420 Dyna X’en voor de Nederlandse markt in Boskoop geassembleerd. Te weten:

  • in 1949
    • 276    stuks X84
  • in 1950
    • 119  stuks X85 Berlines,
    • 12    stuks K184 Fourgonnettes,
    • 1      stuks X86 Berline en
    • 12    stuks X86 Cabriolets

Er werden 3 Panhards door de fabriek naar Nederland gestuurd, maar vervolgens weer teruggehaald. Ze dienden waarschijnlijk alleen voor tentoonstellingsdoeleinden, o.a. op de Salon van Amsterdam. Het waren:

  • april 1950
    • een Dynavia prototype
    • een Cabriolet X85 (gris Vélasquez)
  • 1952 een Junior prototype (bleu chasseur).

Importeurs

Panhard werd in deze periode (al dan niet als halfproduct) geïmporteerd door:

  • H. Englebert, later Delftsche Motorenhandel in Den Haag
  • J.H. Eggelmeijer in Rotterdam
  • A. van Houten in Amsterdam

Deze importeurs waren relatief kleine autobedrijven met navenant beperkte mogelijkheden tot marketing. De publiciteit van de sportieve successen van Panhard was belangrijker dan de advertenties van de importeurs.

Panhard verkocht niet alleen complete auto’s, er werden net zo makkelijk motoren en onderstellen geleverd. Hierdoor viel de Dyna, net als in Frankrijk en in veel andere landen , ook hier al snel ten prooi aan creatieve geesten die er een prima basis voor hun “Ideale Auto” in zagen. Zo ontstonden talloze ‘Dyna derivaten’. In Nederland ging het onder meer om de:

  • Paturi: Kunststof stroomlijn carrosserie op Dyna X chassis (3 stuks van gebouwd.)
  • Van Rijswijk: Elegante aluminium twoseater op Juniorchassis met bijzondere panoramische voorruit.
  • Hilten: Zeer lage kunststof sportcarrosserie op eigen buizenchassis met de motor vóór de achteras.
  • Dyna Speciale “Ton”, een unicum dat nu in handen is van onze magazijnmeester Wim Boers.
  • DB In 1950 adverteerde Sieberg N.V. in Amsterdam met de Racer 500 van DB, maar over eventuele verkopen is niets bekend.

 

 

Panhard Automobielclub Nederland